AAI Centrum de Klimop


Werkwijze

Werktijden

A.A.I centrum De Klimop is geopend van maandag tot en met vrijdag van 9.00 tot 18.00 uur en op zaterdagen tussen 09:30 en 15:30 (even weken) of 09:00 en 15:00 (oneven weken). Begeleiding aan kinderen die zijn uitgevallen op school wordt in principe gegeven tussen 9.00 en 14.45. Begeleiding aan kinderen die het nodig hebben om een duwtje in de goede richting te krijgen, wordt daar waar het mogelijk is, in overleg met school in schooltijd gegeven. De ervaring heeft geleerd dat bij 67% van de kinderen die bij De Klimop komen voor een ontwikkelingshulpvraag, ook de schoolprestaties meetbaar verbeterden door de begeleiding op De Klimop. Het werken in schooltijd levert aantoonbaar zoveel op, dat dit de paar uur die ze op school missen ruimschoots compenseert. 
In schoolvakanties zijn we op vooraf aangegeven dagen open en ouders kunnen aangeven of ze van deze dagen gebruik willen maken om hun kind naar De Klimop te laten komen. Op zondag is De Klimop gesloten.

Aanmelden

Een kind wordt doorgaans bij ons aangemeld via telefonisch contact. De medewerker die u aan de lijn heeft, zal samen met u het aanmeldformulier doornemen en invullen. U kunt ook een aanmeldformulier invullen via de contactpagina.

Kennismaking

Wanneer uw kind is aangemeld voor dagopvang thuiszittende kinderen, begeleiding of kindercounseling, dan kunt u vrijblijvend een afspraak maken om eens kennis te maken en rond te kijken op De Klimop. Indien er een jeugdprofessional betrokken is bij de aanmelding, vinden wij het prettig als zij/hij bij de kennismaking aanwezig zou kunnen zijn.


Kennismaken met de locatie en de aard van het werk


Intake

Als u na het kennismakingsbezoekje vindt dat de manier van werken op De Klimop past bij uw kind, dan wordt er een vervolgafspraak gemaakt voor een intakegesprek. Afhankelijk van wat u het prettigst vindt, kan de intakevragenlijst vooraf naar u toegestuurd worden zodat u een idee krijgt wat wij graag van u willen weten om samen met u een duidelijke hulpvraag te formuleren. Wanneer u vooraf de intakevragenlijst invult, vergemakkelijkt dat het intakegesprek zelf, omdat de betrokken medewerker de vragen ook voor het gesprek door heeft kunnen nemen. Tijdens het intakegesprek wordt samen met u gekeken op welke dag en tijd uw kind het beste kan komen. Gemiddeld duurt een intakegesprek anderhalf uur. 

Formuleren van de hulpvraag

Nadat de intake is afgenomen, haalt de betrokken medewerker de belangrijkste hulpvraag uit de vragenlijst. In het geval van verwijzing door een jeugdprofessional van een gemeente, zullen de doelen die in het gezinsplan of plan van aanpak geformuleerd zijn, mede leidend zijn in de bepaling van de hulpvraag en de daaraan gekoppelde doelen. Dan volgen er 3 observatiesessies, waarin de betrokken medewerker beoordeelt of de hulpvraag die uit de intake naar voren is gekomen het beste aansluit bij de hulpvraag die uw kind tijdens de sessies laat zien. Na de observatieperiode wordt de hulpvraag definitief vastgesteld en, indien er sprake is van ZIN of een PGB, afgestemd op de indicatie van uw kind.

Arrangementen

Wanneer we te maken hebben met de arrangementssystematiek van de 9 samenwerkende gemeenten van West-Brabant West (Bergen op Zoom, Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Woendrecht en Zundert), dan kan de zorgverlening pas van start gaan als het arrangement door de gemeente is goedgekeurd. Voor kinderen uit die gemeenten zijn observatiesessies niet mogelijk, omdat in het arrangement doelen moeten worden geformuleerd. Voor kinderen uit deze gemeenten voorzien we in een meeloopdag of – sessie. Is deze bij alle partijen bevallen, dan wordt direct een arrangement opgesteld, dat is gebaseerd op het gezinsplan en de intake. Aangezien beiden samen met de wettelijke vertegenwoordigers van het kind zijn opgesteld en de inhoud daarvan bij hen bekend is, stellen wij het arrangement zelfstandig op en leggen het dan ter goedkeuring aan hen voor. Pas als de wettelijke vertegenwoordigers het arrangement ondertekend hebben, kunnen wij het ter goedkeuring naar de gemeenten sturen. Zodra de gemeente hun goedkeuring hebben gegeven, krijgen wij een startsein voor de zorgverlening.

Zorgplan

In het zorgplan worden de volgende zaken duidelijk omschreven:

  1. Op welke persoon het zorgplan betrekking heeft
  2. de beginsituatie m.b.t. begeleiding/zorg
  3. de doelen waaraan gewerkt wordt
  4. het plan van aanpak van de doelen
  5. evaluatieafspraken m.b.t. de voortgang

Zorgovereenkomst

Wanneer u het eens bent met het zorgplan en de daarin geformuleerde doelen, tekenen we samen met u de zorgovereenkomst waarin o.a. de volgende zaken aangegeven worden:

  1. Op welke persoon de zorgovereenkomst betrekking heeft;
  2. op welke dagen/tijden de zorg geleverd wordt;
  3. hoe het vervoer van en naar De Klimop geregeld is;
  4. welke beeld- en geluidmaterialen van uw kind gebruikt mogen worden en voor welke doeleinden;
  5. toestemming tot het gebruiken van medicatie door uw kind op De Klimop;
  6. dat De Klimop u alle vanuit het kwaliteitssysteem verplichte informatie heeft verstrekt.

Evaluatie

Na een periode van ongeveer twee à drie maanden volgt een eerste evaluatie. Tijdens de evaluatie wordt bekeken welke doelen behaald zijn en welke bijgesteld dienen te worden. Ook kan blijken dat er zich een nieuwe hulpvraag aandient, zodat de doelen aangepast kunnen worden aan de nieuwe situatie. Belangrijk in de evaluatie is, dat de hulpvraag van het kind centraal blijft staan. 
Wanneer een jeugdprofessional betrokken is bij het zorgtraject van uw kind, zal deze persoon betrokken worden bij de evaluaties.

Ik-voel-me-goed-boek

Een vast terugkerend gegeven binnen de A.A.I. op De Klimop is het Ik-Voel-Me-Goed-Boek. Het boek is bedoeld om alle fijne en leuke momenten die het kind tijdens een sessie beleeft vast te leggen met als doel dat het kind het fijne gevoel van die momenten weer op kan roepen als het in een andere situatie in het boek bladert. Ieder kind krijgt in de observatieperiode een ik-voel-me-goed-boek dat het zelf zo mooi mag versieren als het zelf wil. Elke sessie doen we een blaadje in het boek. Daarop schrijven we wat het kind tijdens de sessie gedaan heeft, wat het kind het beste kon tijdens de sessie en wat het kind het leukste gevonden heeft. Behalve dat deze evaluatie goed is voor het kind, is het ook leuk voor ouders of begeleiders om te lezen wat er tijdens de sessie is gebeurd. 
Als er tijdens de sessie foto’s zijn gemaakt, krijgt het kind later de foto’s van de sessie. De herinnering aan de fijne momenten wordt dan met behulp van beeldmateriaal extra versterkt.


Voorbeelden van ik-voel-goed-boek en kaartjes trekken


Algemene aanpak

De aanpak van probleemgedragingen of ontwikkelingsstoornissen tijdens de sessies is gebaseerd op een aantal belangrijke stromingen binnen de pedagogiek en psychologie. In de begeleiding en counseling gebruiken we elementen uit onderstaande theorieën: 

  1. De oplossingsgerichte gesprekstherapie voor kinderen en de daarvan afgeleide Kids’ Skills. Beide methodes gaan er van uit dat praktisch alle problemen die kinderen ervaren kunnen worden opgevat als vaardigheden die nog ontwikkeld moeten worden. Samen met de dieren maken we met vijftien eenvoudige stappen aan het kind duidelijk hoe problemen in vaardigheden omgezet kunnen worden en hoe je die vaardigheid kunt oefenen. Door deze praktische stappen ontstaat een dynamische en speelse samenwerking tussen het kind, het dier en de begeleider. Het nodigt het kind uit om actief mee te werken aan het opbouwen van vaardigheden en het zoeken naar oplossingen. Daarbij staat het ontwikkelen van een vertrouwensrelatie centraal.
  2. Positieve psychologie, die aandacht besteedt aan sterke kanten, goede eigenschappen en bouwt op alles wat goed gaat inspireert ons om kinderen hun eigen krachten en mogelijkheden te (her)ontdekken. We helpen kinderen te ondervinden dat ze vertrouwen kunnen hebben in hun eigen effectiviteit, dat ze optimistisch kunnen zijn en kunnen groeien naar zelfrespect. We laten ze zien hoe ze hun natuurlijke veerkracht en kwaliteiten in kunnen zetten in het veranderingsproces en dat hoop alleen al verandering kan brengen. Door zelf dankbaar te zijn voor alles wat er wél is en de mooie dingen die we zien gebeuren met kinderen op De Klimop -zo treffend door één van onze cliëntjes benoemd als “Het Klimop-effect”-, ervaren de kinderen dat de focus op dankbaarheid voldoening geeft waardoor je meer zin krijgt om dingen te doen en productiever wordt.
  3. De cognitieve gedragstherapie, ontsproten uit de Rationeel Emotieve Therapie (zie hieronder), gaat uit van de veronderstelling dat door de gevolgen van het gedrag te beïnvloeden, je ook het gedrag zelf kunt beïnvloeden. Dieren hebben een voorbeeldfunctie in dit leerproces. Wij leggen aan de kinderen uit hoe ze het dier kunnen leren de als positief of negatief ervaren gevolgen te koppelen aan het aan- of af te leren gedrag, waardoor het gedrag toe- of af zal nemen. Wanneer het kind leert inzien dat gedrag aangeleerd (en dus ook afgeleerd) kan worden, dat de verwachte gevolgen het gedrag bepalen, kan het in een later stadium het geleerde ook bij zichzelf (leren) toepassen. Ze ontdekken dat mensen geneigd zijn positieve gevolgen na te streven, maar ook dat emotionele reacties veranderd kunnen worden. Het voorbeeld van de dieren doet het kind volgen en motiveert kinderen om hun eigen gedrag te willen veranderen.
  4. R(ationeel) E(motieve) T(herapie) stimuleert het kind zijn of haar gedachten kritisch te bekijken. Door vermindering van irrationele gedachten zijn positieve gedragsveranderingen op te roepen. Het kind oefent samen met het dier gebruik te maken van een positieve manier van probleemhantering als zichzelf moed inspreken, aan iets anders denken, zich op een taak richten, ontspannen of stoppen met denken aan datgene dat angstig maakt. Vooral paarden zijn hierin fantastische leermeesters door het spiegelen van het gedrag.
  5. N(euro) L(inguistisch) P(rogrammeren), gaat er van uit dat mensen, en dus ook kinderen, ervaringen op doen via de zintuigen. Ze zijn immers de hele dag bezig met kijken, luisteren, voelen, proeven, ruiken en zichzelf in balans te houden. We maken kinderen bewust van het gebruik van hun zintuigen en hoe deze een rol spelen in hun gedrag. Dieren beschikken over een zesde zintuig, waardoor kinderen zich bewust kunnen worden dat intuïtie of aanvoelen ook een zintuig is. Het opdoen en verwerken van ervaringen verloopt via drie kanalen: 
    a. Neurologisch: alles wat een kind heeft meegemaakt ligt opgeslagen in het geheugen. Wat ze meemaakten in hun leven was al dan niet bevorderlijk voor de ontwikkeling van hun eigen “IK”. De herinneringen aan de ervaringen hiervan, hun gevoelens, gedachten en emoties besturen hun gedrag in de huidige tijd. Ook als ze dat gedrag liever niet zouden willen. In dit gedrag ontmoeten ze anderen. Ze gaan met anderen om en laten dingen van zichzelf aan de ander weten; dit is communicatie. 
    b. Linguistisch: Communiceren gebeurt door middel van gesproken taal en door middel van lichaamstaal (houding, gebaren, toonhoogte, gezichtsuitdrukking, enz.). Vooral in het werken met dieren wordt de rol van de lichaamstaal extra benadrukt. 
    c. Programmeren: Terwijl ze communiceren kunnen kinderen anderen, of anderen hen, iets bijleren, afleren of (laten) veranderen. 
    NLP, als veranderings model, leert kinderen aan de slag te gaan met hun vijf zintuigen, hun gedachten en gevoelens, en levert de gereedschappen die de volgorde en intentie waarop ze ervaringen uit hun geheugen ophalen of ervaren, kunnen veranderen. Het resultaat daarvan is dat ze structureel anders tegen dingen gaan aankijken, anders gaan luisteren en communiceren. Daardoor gaan ze zich ook anders voelen en gedragen. Het gaat bij NLP niet om de inhoud van het geheugen, maar om de werking ervan en hoe de ervaringen in het leven tot nu toe, de kwaliteit van het bestaan vandaag beïnvloeden. En hoe zij daar zelf verandering in kunnen brengen.
  6. Mindfulness, het in het hier en nu blijven. Kinderen die moeite hebben om te kunnen voldoen aan de eisen die de omgeving aan hen stelt, piekeren veel. We doen oefeningen met ze die ze even van hun gepieker af kunnen helpen, door ze zich te laten concentreren op wat ze op dat moment zien , horen, ruiken, voelen en proeven. Dieren zijn altijd in het hier en nu. Het is altijd weer leuk om aan een kind te vragen: “Denk je dat Joe (de hond) nu ligt te piekeren in zijn bench? Hoe doet Joe dat denk je? Zou jij dat ook kunnen op die manier? Kijk, het is net of hij slaapt, maar zijn oortjes bewegen toch. Wat hoor jij op dit moment? Luister eens goed”. Ook de paarden zijn een prachtig voorbeeld. Het zijn vluchtdieren en schrikken snel. Maar net zo snel is de adrenaline weer gezakt en zijn ze weer rustig. “Hoe zou het zijn als jij dat ook kan?” vragen we dan. Ja, dat wil het kind ook wel en is het door het gedrag van het paard gemotiveerd om er aan te werken.

Voorbeelden van onze werkwijzen


Rapportages

Van elke sessie wordt een korte rapportage gemaakt in ONS. ONS is een beveiligd dossier waarin we alle gegevens van de kinderen die bij ons komen bijhouden. Indien er behoefte aan is, kan deze rapportage altijd ingezien worden via een link naar CarenZorgt, een onderdeel van ONS. De dagrapportages worden vooral gebruikt bij het maken van de driemaandelijkse evaluatie. Deze evaluatie van het zorgleefplan wordt samen met ouders of begeleiders besproken en na goedkeuring door beide partijen ondertekend. Indien nodig kunnen samenvattingen van de rapportages en de zorgleefplannen gebruikt worden bij de een herindicatie van het PGB. Ook zijn de rapportages van belang bij het bespreken van de voortgang van de zorg als de zorg wordt afgenomen op basis van de Jeugdwet, zodat goed kan worden bepaald of alle doelen van het arrangement zijn behaald.